Zwerfruimte - over on(der)benutting van ruimte

RE-ST agendeert met dit onderzoek naar zwerfruimte de overmaat in ons bestaande ruimtebeslag. Tussen de veelheid aan bebouwing in Vlaanderen, beseffen we te weinig welke ruimte we al ter beschikking hebben. Bepaalde bebouwing lijkt daardoor buiten het systeem te vallen. Driekwart van ons stoort zich aan zwerfafval. Maar zijn we ons ook zo bewust van de ‘zwerfruimte’ die alomtegenwoordig is in Vlaanderen? En hoe kunnen we deze ruimte inzetten om bijkomende grondinname tegen te gaan?

Het resultaat van dit onderzoek wordt in samenwerking met het Vlaams Architectuurinstituut in deSingel te Antwerpen tentoongesteld vanaf 06.11.2018 t.e.m. 13.01.2019.

Onderzoek

We ontdekken in het bestaande ruimtebeslag veel overmaat. Bebouwde of onbebouwde ruimte die niet, nauwelijks of te weinig gebruikt wordt. Ruimte die zwerft tussen onbestemd én bestemd, zichtbaar én onzichtbaar. Ruimte die bewust én onbewust wordt gecreëerd. Wij noemen dit ruimtelijk afval.

Leegstand is een vorm van ruimtelijk afval, waarbij een ruimte volledig ongebruikt is. Doordat de ruimte volledig ongebruikt is, is men zich meestal bewust van deze leegstand, of wordt men zich er bewust van na verloop van tijd. Een gevolg van het bewustzijn van dit type ruimtelijk afval, is dat er verschillende instrumenten bestaan om leegstand te inventariseren. Zo bestaan er diverse beleidsmaatregelen die de eigenaar aanmoedigen om ongebruikte ruimte terug te activeren, al dan niet na noodzakelijke investeringen.

Zwerfruimte daarentegen, is ruimtelijk afval dat onder-gebruikt is. Ze gaat schuil achter een bestemming die ontoereikend is om de ruimte volledig te benutten, bv. omdat de oorspronkelijke ruimtebehoefte gewijzigd is. Er is een tekort aan gebruik, de ruimte zwerft tussen ‘bestemming’ en ‘onbestemming’. Deze onderbenutting is moeilijker te detecteren dan ruimte die volledig niet wordt benut. Vaak is men zich dan ook minder of zelfs helemaal niet bewust van het ondergebruik van de ruimte. Hierdoor bestaan er momenteel nauwelijks maatregelen om zwerfruimte terug te detecteren en te activeren.

Zwerfruimte ontstaat wanneer het gebruik van een ruimte in oppervlakte en/of in tijd niet voldoende is. We onderscheiden dan ook ruimtelijk en periodiek ondergebruik.

Ruimtelijk ondergebruik wordt gekenmerkt door onefficiënt gebruik van oppervlakte: de ruimte is groter dan de ruimtelijke behoefte waardoor een bepaalde hoeveelheid niet wordt benut, bv. industriegebouwen met een magazijn dat voor de helft leeg staat, of woningen met veel meer slaapkamers dan er bewoners zijn. Er is te veel oppervlakte ter beschikking, die concreet kan worden gemeten in een aantal vierkante meters.
Periodiek ondergebruik wordt gekenmerkt door onefficiënt gebruik doorheen de tijd: een ruimte wordt binnen een bepaald tijdsbestek niet gebruikt. We denken hier bijvoorbeeld aan klaslokalen die gedurende een periode (avonden, weekends, vakanties) niet benut worden of parkeerplaatsen die enkel tijdens evenementen worden ingezet, maar op andere momenten leeg staan. Dit kan worden gemeten in een bepaalde tijdseenheid. Er is eveneens overlap van beide categorieën mogelijk: bepaalde ruimtes zijn af en toe volledig in gebruik, maar op een ander tijdstip niet of nauwelijks. Hier is sprake van periodiek ruimtelijk ondergebruik. Zwerfruimte kan zich op verschillende schaalniveau’s manifesteren, gaande van een kamer die onderbenut blijft tot regio’s die efficiënter verdicht kunnen worden. Om deze verscheidenheid aan niveau’s aan te duiden, zullen we in 2018 onderbenutting in kaart brengen op schaal van zowel een regio, een wijk, een site als een gebouw.

Zwerfruimte is gebouwde en onbebouwde ruimte die op verschillende schalen overal en nergens aanwezig is, en die zwerft tussen (her)bestemming of teruggave aan de natuur. Ruimte die we met z’n allen gecreëerd hebben, maar waarvan we ons nu niet altijd meer bewust zijn dat we ze hebben. Het is het werken op dit bewustzijn dat een belangrijke inzet is van dit onderzoek. Mogelijk kan het ook een interessante rol innemen in ons Europese streven naar klimaatneutraliteit tegen 2050. Het verder innemen van open ruimte is daarbij nefast, en ondermijnt deze nobele doelstelling.

Opruimen

We kunnen blijkbaar moeilijker omgaan met overvloed (aan ruimte) dan met schaarste. We zijn ingesteld op schaarste en koesteren nog steeds de mythe van overvloed en ecologisch evenwicht, zoals die beschreven wordt in de verhalen over het paradijs. Daarom is het zo moeilijk om onze consumptie te beteugelen. Omtrent het goed omgaan met afval zijn we koploper in Europa, misschien zelfs in de wereld. Het slim omgaan met zwerfruimte vraagt een gelijkaardige collectieve focus en visie.

De noodzaak aan het ruimtelijk opruimen van Vlaanderen dringt zich dus op. Stilaan is er een groeiend besef dat de huidige ruimteconsumptie onhoudbaar is en onze houding niet toekomstbestendig. In dat opzicht wordt het omgaan met het bestaande ruimtebeslag steeds belangrijker. Momenteel hebben we een te beperkte blik op hoe we ruimte kunnen gebruiken, waardoor het aanbod aan zwerfruimte alleen maar toeneemt. Toch zal de oplossing net grotendeels liggen in het heroganiseren en het efficiënter benutten van datgene wat er al is.

Het is een bewuste keuze en een inspanning om zwerfruimte te ontdekken en nog meer om er uiteindelijk iets mee te doen. Het al dan niet heractiveren van zwerfruimte kan de druk om nieuwe ruimte bij te bouwen, doen afnemen. Het benoemen van en het onderzoek naar strategieën voor het omgaan met deze zwerfruimte wordt bij deze op de agenda gezet. Noem het een ruimtelijk afvalbeleid. Het ruimtelijk opruimen als een ontwerpopgave.

Het vlugschrift vormde de aanzet van een nieuw onderzoektraject dat we de komende jaren uitrollen. Een proces dat we zullen voeren met alle actoren om samen gedeelde oplossingen te vinden én daar ook naar te handelen.

Voor het voeren van dit onderzoek in 2018 werd door het Team Vlaams Bouwmeester het ‘BWMSTR Label 015’ toegekend aan RE-ST.

 

Download het vlugschrift-zwerfruimte.pdf

Download het artikel-wie-ruimt-onze-zwerfruimte-op-destandaard.pdf

155LABE
Zwerfruimte - over on(der)benutting van ruimte
Opdrachtgever
Bouwmeesterlabel 015 toegekend door Team Vlaams Bouwmeester
Locatie
diverse locaties
Fase
Onderzoek lopende